Snoei, waar moet u op letten?

Check deze uitgangspunten en aandachtspunten bij het uitvoeren van snoeiwerkzaamheden.

Bladoppervlak, de snoeiregel

In principe is snoeien het hele jaar door mogelijk, maar wellicht is voor het grootse deel van de bomen de meest optimale tijd de zomer. Dit is het moment (groeiseizoen) dat de boom de wond snel kan afgrendelen (dit gebeurd niet wanneer de boom niet actief groeit).
Zoals bij veel natuurlijke processen zijn er natuurlijk altijd uitzonderingen. Een aantal soorten is gevoelig voor bloeden, het lekken van water (xyleemsap) uit de snoeiwond. Dit ontstaat door opwaartse druk uit het wortelgestel die sappen door de boom transporteren. Dit  komt voornamelijk voor in het voorjaar. Bomen die in de winter zijn gesnoeid beginnen dan in het voorjaar te bloeden wanneer de sapstroom op gang komt. Bomen die hiervoor gevoelig zijn o.a.: Acer (esdoorn), Betula (berk), Carpinus (haagbeuk) en Junglans (noot). Snoei deze bomen daarom wanneer deze volledig in het blad staan.

Bladeren zijn voor een boom van groot belang, door het blad vindt fotosynthese plaats, het omzetten van koolstofdioxide in koolhydraten en glucose. Dit zijn voor de boom belangrijke bestanddelen die invloed hebben op groei, weerstand en conditie. Wanneer er dus te veel bladoppervlak in eens wordt afgesnoeid zal dit effect hebben op de boom. In sommigen gevallen zal de boom dit gaan compenseren door kort-/waterlot te vormen op takken, stam of aan de stamvoet. Dit lijdt op termijn tot onwenselijke snoei. Bomen met een mindere vitaliteit kunnen door snoei nog harder achteruit gaan in vitaliteit. Exacte hoeveelheid en frequentie van snoeien is moeilijk te bepalen en hangt sterk af van de soort, de groeiplaats en de vitaliteit van de boom. Een algemene stelregel in hoeveelheid en frequentie is: snoei om twee twee a drie jaar en nooit meer dan 20% van het bladoppervlak. 

Beperk snoeiwonden

Het verwijderen van een tak zorgt er voor dat er bij een boom een wond ontstaat, en zoals ook bij de mens is zaak dat die wond goed kan genezen. Dit lukt het beste als deze zo klein mogelijk is, met een mooie gladde zaagsnede. Hierdoor kan de boom de wond afgrendelen en investeren in het overgroeien van de wond met callusweefsel. “Een wond die niet goed of op tijd afgegrendeld is een opening voor ziekten”. Hoe meer wonden er tegelijkertijd worden aangebracht des te meer energie het de boom kost om dit te herstellen. Probeer dan ook het aantal wonden en wondoppervlak te beperken. Het is daarom ook belangrijk bij jonge bomen al vooruit te kijken naar takken die in te toekomst een probleem zouden opleveren (en een grote snoeiwond), zodat ze al vroegtijdig gesnoeid kunnen worden en maar een kleine wond achterlaten. 

Houd rekening bij het snoeien dat een zware tak veel gewicht heeft en dus kan breken (scheuren) halverwege de zaagsnede.  Snoei zware takken dan ook niet in een keer af, maar verwijder eerst het gewicht. Zorg vervolgens voor een nette zaagsnede bij de takaanzet. Maak daarbij ook een zaagsnede onderaan de tak zodat wanneer de tak uitscheurt, deze niet een heel stuk bast meeneemt.​