Hoe maak je natuur een vanzelfsprekend onderdeel in het ontwerp van nieuwe woonwijken, met oog voor lokale soorten, het landschap en geldend gemeentebeleid? Dat was de kernvraag die gemeente Dronten aan NLadviseurs stelde. Een vraag waar ons hart sneller van gaat kloppen. We geven de natuur graag de ruimte in de ontwerpfase, aan de tekentafel en vóórdat de schop in de grond gaat.
In het agrarisch gebied ten zuiden van Dronten wordt Uitleggebied Zuid ontwikkeld tot woonwijken. De gemeente Dronten wil natuur niet achteraf inpassen, maar vanaf het eerste ontwerpmoment integraal meenemen in deze gebiedsontwikkeling. Om dat te kunnen doen, heeft Dronten een ecologisch stevig onderbouwd instrument nodig dat aansluit op bestaand gemeentelijk beleid. Het document moet daarbij houvast bieden aan beleidsmakers, ontwerpers, ontwikkelaars en aannemers en voorzien in concrete aanwijzingen om de wijken natuurinclusief te kunnen ontwerpen en bouwen.
Onze aanpak
NLadviseurs maakte hiervoor een Toolbox Natuurinclusief Ontwikkelen: een praktisch, visueel en inhoudelijk sterk instrument dat ecologie een vaste plek geeft in de ruimtelijke ontwikkeling. Centraal in het rapport staan lokale indicatorsoorten, de biotopen van deze soorten en de maatregelen die je kunt treffen om deze biotopen te realiseren. Voor deze opdracht bundelden we verschillende expertises die we in huis hebben: ecologische kennis, onderzoekservaring, landschapsanalyse, gebiedsontwerp en gebiedsinrichting kwamen samen met grafisch ontwerp en het visualiseren van data. Zo ontstond een toolbox die fungeert als inspiratiedocument én praktische gids waarmee je aan de slag kunt. Prettig leesbaar en visueel aantrekkelijk.
Analyse en indicatorsoorten
We begonnen met het in kaart brengen van de bestaande ecologische structuren in en rondom het plangebied. Met behulp van onder andere een NDFF-analyse onderzochten we, onder meer volgens de methodiek van Basiskwaliteit Natuur, welke soorten al aanwezig zijn en welke passen bij de bodem en het landschapstype in het plangebied. Samen met gemeente Dronten selecteerden we vervolgens lokale indicatorsoorten, waaronder egel, gierzwaluw, huismus, kleine watersalamander, meervleermuis, wilde bij, otter en ree. Deze herkenbare diersoorten staan symbool voor de biodiversiteit in het gebied. Ze zijn representatief voor een brede groep andere soorten die vergelijkbare leefomstandigheden nodig hebben. Door maatregelen te treffen voor de indicatorsoorten, profiteren ook talloze andere soorten. De biotoopbeschrijvingen geven inzicht in de verschillende leefomgevingen binnen het plangebied en hoe deze optimaal ingericht en beheerd kunnen worden. Denk aan boomsingels, poelen, bermen en open zandplekken.

Op dorps-, wijk- en gebouwniveau worden biotopen beschreven en de inrichtingseisen die nodig zijn om de biotoop te realiseren.
Dorp, wijk en tuin
De toolbox is opgebouwd langs drie schaalniveaus (dorp, wijk en gebouw/tuin), met voor elk niveau duidelijke biotoopeisen en bijbehorende maatregelen. Daarbij gaan we uit van de vijf V’s van de ecologie: verblijfplaats, voedsel en vocht, veiligheid, verbinding en variatie. De beschrijvingen van de maatregelen zijn zó concreet dat de gemeente ze mee kan geven aan de projectontwikkelaar.
Dorpsniveau: Op dit niveau richt de toolbox zich op de groenblauwe dooradering van het plangebied en de verbindingen met het omliggende landschap. Daarbij kijken we ook naar aansluiting op het NNN-netwerk en Natura2000-gebied. Welke verbindingen zijn nodig, waaraan moeten ze voldoen en hoe moeten ze worden aangelegd? Denk aan robuuste bossingels van minimaal 30 meter breed rondom de wijk, natuurvriendelijke watergangen met flauwe oevers en faunapassages onder wegen. Zo worden migratieroutes veiliggesteld voor soorten als otter, ree en meervleermuis.

Je ziet in een oogopslag welke biotoop een egel nodig heeft in een woonwijk: poelen, natuurvriendelijke oevers, kruidenrijk gras, struwelen, bossen en bosranden, boomgaarden en dorpsparken. Per biotoop staat uitgewerkt wat je moet doen om de biotoop te realiseren. Denk aan ligging, aantallen, afmetingen, en andere specifieke eisen.
Wijkniveau: Binnen de wijk draait het om voldoende ruimte, variatie en samenhang tussen biotopen. In de toolbox beschrijven we bijvoorbeeld de aanleg van acht poelen: maximaal 400 meter van elkaar verwijderd en niet aangesloten op watergangen, zodat er geen vissen in voorkomen en de poel kan dienen als voortplantingswater voor onder meer amfibieën. Ook beschrijven we maatregelen als kruidenrijk grasland verbonden via bermen en groenstroken, struwelen en bosranden met een gelaagde opbouw (zoom-mantel-kern), natuurvriendelijke oevers, bloemrijke bermen, boomgaarden en dorpsparken. Deze maatregelen zijn gekoppeld aan advieswaarden uit de methodiek van Basiskwaliteit Natuur, denk aan oppervlak boomkronen en water, en afgestemd op het landschapstype van Dronten.
Gebouw- en tuinniveau: De toolbox voorziet in maatregelen voor gebouwen en de inrichting van tuinen en legt ook uit wat de eisen van deze maatregelen zijn. Denk aan clusters neststenen voor huismus en gierzwaluw die al in het ontwerp zijn geïntegreerd, toegankelijke spouwen, dakranden en dakpannen voor vleermuizen, natuur- en bruindaken op openbare gebouwen, gevels met klimplanten, bloemrijke geveltuinen en egeldoorgangen van minimaal 15×15 cm.
Voor elk niveau werkt de toolbox met basiseisen voor een minimale ecologische kwaliteit en plusmaatregelen die extra ambities mogelijk maken.

We beschrijven op gebiedsniveau de biotopen voor indicatorsoorten en maatregelen die nodig zijn voor een goede groenblauwe dooradering en optimale aansluiting op natuur rondom het plangebied.
Meerwaarde voor Dronten
Met deze toolbox kan gemeente Dronten natuurinclusief ontwikkelen structureel borgen met heldere instructies in elke fase van de gebiedsontwikkeling. De kracht zit ‘m in de combinatie van ecologische diepgang en praktische uitvoerbaarheid. Ontwikkelaars weten precies wat er van hen wordt verwacht, aannemers kunnen ermee aan de slag en de gemeente houdt regie op de ecologische kwaliteit. Tegelijkertijd sluit de aanpak naadloos aan op bestaand beleid, op breder toepasbare methodieken als Basiskwaliteit Natuur en op de eisen richting 2030 die voortvloeien uit de Natuurherstelwet en waaraan gemeenten moeten gaan voldoen.
Stevig fundament voor levendige woonwijken
De toolbox is een stevige basis voor andere gebiedsontwikkelingen binnen de gemeente. De beschreven biotopen en opgestelde maatregelen op wijk en gebouw- en tuinniveau zijn een op een te gebruiken voor andere nieuw te ontwikkelen wijken. Dronten gaat de toolbox dan ook breder inzetten door de input mee te nemen in een te maken toolbox voor de héle gemeente. Zo legt Dronten een duurzaam fundament voor levendige, biodiverse en toekomstbestendige woonwijken, waarin natuur en mens elkaar vanzelfsprekend versterken.
Ook hulp nodig?
Wil je verder lezen over welke stappen ook jij kunt zetten richting een levend landschap en bijvoorbeeld een eerste verkenning doen naar wat de eisen vanuit de Natuurherstelwet voor jou gaan betekenen? De komende jaren staan gemeenten voor een van de meest ingrijpende opgaven van deze tijd: het actief herstellen van natuur en biodiversiteit. De Natuurherstelwet maakt dat geen vrijblijvende ambitie meer, maar een wettelijke opdracht. Tegelijkertijd is het een kans – om onze leefomgeving groener, gezonder en toekomstbestendiger te maken. Je kunt verder lezen in dit artikel met ons groenaanvalsplan of vraag via de button hieronder de Coalititienotitie aan.
Download de coalitienotitie ➜