Je bent hier: Home 5 Actueel 5 Massawinterverblijven vleermuis
Massawinterverblijven vleermuis

Hoe weet je waar gewone dwergvleermuizen graag zitten in de winter? Dit is voor ecologen een belangrijke vraag. Deze vleermuizen hokken in de winter namelijk massaal samen, soms met honderden of zelfs duizenden op één plek. Dit heet een massawinterverblijf. 

Over deze massawinterverblijven in Nederland is weinig bekend. Vleermuizen blijven voor mensen tamelijk mysterieuze wezens, vooral wat hun verblijfplaatsen betreft. Gedurende het jaar gebruiken ze een netwerk van plekjes, afhankelijk van de omstandigheden. Sommige plekken zijn fijn bij warmte, andere plekken zijn geschikt als kraamkamer en in de winter komen de dwergvleermuizen dus massaal samen. Kolonies uit de hele omgeving verzamelen zich op één plek. Dit maakt ze kwetsbaar voor veranderingen door bijvoorbeeld isolatie of sloop. Want daarbij kunnen dus vleermuizen uit de wijde omgeving getroffen worden. Daarom is onderzoek naar massawinterverblijven zo belangrijk.

Wat maakt een plek geschikt als massawinterverblijf?

Om te overwinteren moet de lichaamstemperatuur van de vleermuis naar beneden. Zo bespaart hij energie. Het is daarom belangrijk dat er een constant lage temperatuur is, van ongeveer 5 tot maximaal tien graden Celsius. De ruimte is (grotendeels) vorstvrij. Hele dikke muren helpen hierbij. Of bijvoorbeeld een warme luchtstroom uit de kelder of uit aangrenzende ruimtes, zoals in een trappenhuis. En natuurlijk helpt het dat ze met zoveel samen zijn, dan blijft de temperatuur mooi constant zonder dat het gaat vriezen. Grote betonnen kolossen uit de jaren 60 en 70 zijn bekende trekpleisters voor de gewone dwergvleermuis. Maar winterverblijven kunnen heel divers zijn. Van klein tot zeer groot, van historisch tot modern, in de stad of op het platteland. Om écht goed zicht te krijgen op massawinterverblijven, blijft meer onderzoek belangrijk.

Massawinterverblijven

Gewone dwergvleermuis in rust tussen bakstenen die aan een muur zijn bevestigd.

Lekker litargisch

Vleermuizen zie je in de winter niet, maar ze zijn er dus zeker. Ze verkeren in ‘torpor‘, dat is een soort winterslaap op koude, maar wel vorstvrije plekjes. De lichaamstemperatuur wordt ongeveer gelijk aan de omgevingstemperatuur. Dan gaat de stofwisseling namelijk trager en verbruikt de vleermuis zo min mogelijk energie. De hartslag vertraagt tot een paar slagen per minuut, terwijl in de zomer z’n rikketik tot wel 200 slagen per minuut kan maken!

Koud=goud

Misschien denk je: “Arme vleermuis, wil je niet lekker warm bij mij op zolder zitten?” Maar dat is dus juist niet gunstig voor vleermuizen. De stofwisseling schiet dan omhoog, terwijl er buiten geen voedsel te vinden is. Hij verliest veel te veel energie en komt de winter niet door.

Traag

Een heel lage stofwisseling betekent een traag reactievermogen. Een afgekoelde vleermuis is sloom en lijkt wel ziek. Maar bij lage temperaturen is dat dus zijn overlevingsstrategie. Als het buiten koud is, en je treft onverhoopt een trage, lethargische vleermuis aan, laat ‘m dan dus niet binnen opwarmen. Ook vleermuizen die per ongeluk klem raken in een verwarmde ruimte kun je het best zo snel mogelijk weer in de kou zetten.

Meer weten over ecologische onderzoeken en hoe we je daarbij kunnen helpen? Kijk eens op onze themapagina Ecologie en wetgeving:  

Ecologie en wetgeving ➜ Quickscan flora en fauna ➜ Soortgericht nader onderzoek ➜

Gerelateerde berichten

Coalitienotitie: natuurherstel als kansrijk startpunt

Coalitienotitie: natuurherstel als kansrijk startpunt

De gemeentelijke coalitievorming is begonnen; hét moment waarop de koers voor de komende jaren wordt bepaald, juist als het gaat om een groene en gezonde leefomgeving, economie en samenleving. NLadviseurs heeft een coalitienotitie geschreven, die gemeenten ondersteunt...

Lees meer
Impact: hoe meet je die als adviesbureau?

Impact: hoe meet je die als adviesbureau?

Hoe meet je als ecologisch adviesbureau je groene impact? Sander Kristalijn, directeur van NLadviseurs, neemt ons mee in de uitdagingen die hij tegenkomt bij het inzichtelijk maken van impact.

Lees meer
Gebiedsmonitoring: inzicht in natuurwaarden

Gebiedsmonitoring: inzicht in natuurwaarden

Wil je weten hoe het gaat met de dier- en plantensoorten in jouw gemeente, op jouw terrein of in jouw plangebied? Voor effectief ecologisch beheer en beleid is betrouwbare data onmisbaar. Neemt de diversiteit toe of juist af? Ontwikkelt de vegetatie zich zoals je had voorzien met je beheeringrepen? En hebben aangelegde hagen, poelen of takkenrillen daadwerkelijk effect? Gebiedsmonitoring maakt natuurwaarden zichtbaar en helpt prioriteren op elke schaal.

Lees meer

Kennismaken?

Benieuwd hoe je duurzaam groen kunt ontwikkelen of hoe natuurontwikkeling er in de praktijk uitziet?
We denken graag mee, geven ecologisch advies en nemen (veel) werk uit handen.